Klacht/advies Mijn Nysa

Pieter Pieters

Lid Raad van Advies

Pieter Pieters, geboren op 15 juni 1962 te Den Haag. Woont samen met zijn vrouw in Broek op Langedijk en mag de vader zijn van, inmiddels 4 volwassen kinderen, twee zoons en twee dochters. Pieter is eigenaar van trainingsbureau EHBA. Vanuit dit bureau help hij zorgverleners ontspannen omgaan met agressie. Tevens laat hij teams hun communicatie en samenwerking ervaren door ze schapen te laten drijven.

Als trainer heeft Pieter veel ervaring. Van 1981 tot 1995 gaf hij cursussen bij Scouting Nederland en trainde hij vrijwilligers van de kindertelefoon in Beverwijk. Daarnaast gaf hij geregeld trainingen binnen de jeugdhulpverlening. In mei 2001 startte hij zijn eigen trainingsbureau Ehwaz, gecombineerd met een 50% baan als leidinggevende in de jeugdzorg. Sinds 2008 is zijn trainingsbureau weekvullend. Pieter ontwikkelde zicht tot specialist in het omgaan met agressie in de zorg. Een logische stap was dan ook om in januari 2015 zijn bedrijf verder te laten gaan onder de naam EHBA, wat staat voor Echte Hulp Bij Agressie.

Vrijwilligerswerk

Naast het betaalde werk heeft hij het altijd belangrijk gevonden om ook als vrijwilliger een bijdrage te leveren aan de samenleving. Momenteel bestaat mijn vrijwilligerswerk vooral uit het aanbieden van gratis diensten vanuit EHBA voor maatschappelijke organisaties. Dit doet hij via De Waaier, een stichting die bedrijven en maatschappelijke organisatie koppelt door middel van matches.

Waarom? Daarom!
Toen Pieter gevraagd werd voor de functie van lid van de raad van advies moest hij diep nadenken of hij iets kon bijdragen in deze rol.

‘Waarom ik? Ik heb de vervelende gewoonte namelijk om nogal wat te vinden van veel dingen. Ben me terdege bewust dat dit gewoon een mening is als vele andere, maar soms kan ik iets te stellig zijn en vergeet ik de nuances te benoemen die er echt wel zijn. Zo betrapte ik mij dus ook op een paar meningen over gastouderschap. Bijvoorbeeld in mijn contact met gastouders viel het me op dat veel gastouders hun eigen werk niet serieus genoeg nemen. Daarmee bedoel ik niet dat zij hun werk niet goed doen, in tegendeel, maar dat zij het gastouderschap meer als “vak” zouden moeten uitdragen. Tevens vind ik dat veel gastouders die hun vak als zelfstandige uitvoeren nog te winnen hebben op het gebied van ondernemerschap. Je bent als zelfstandig gastouder namelijk ook ondernemer en laat dat nou ook een vak zijn. Deze twee voorbeelden van een mening bleken geen contra-indicatie te zijn om lid te worden van de raad van advies. Integendeel. Hierin wil Nysa juist iets betekenen voor gastouders. En wat ik dacht dat de reden zou zijn om het niet te doen, werd de reden om het juist wel te doen. Daarom ik, dus.’